We hebben de goede gewoonte, om diersoorten, die in hun voortbestaan bedreigd worden en voor ons niet al te schadelijk zijn, te beschermen. Wanneer die bedreiging is geweken, is het onzin om met hand en tand aan de bescherming vast te houden. Dit betekent niet dat er perse op gejaagd moet worden, maar wel dat dit in overweging genomen kan worden. Dit kan om de volgende redenen:
- de soort is zo talrijk geworden dat ze een bedreiging vormt voor de bio-diversiteit (nu het geval bij de ganzen)
- de soort veroorzaakt veel schade of bedreigt de veiligheid (nu het geval bij de ganzen)
- de soort is geschikt voor de benuttingsjacht (het geval bij bijvoorbeeld de ganzen)